Mieke Van Hecke is een vrouw van late roepingen. Ze kwam op haar 47ste in het Vlaams Parlement terecht, en maakte daar zo veel indruk op de bisschoppen dat ze haar op haar 57ste benoemden tot directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs. Begin dit jaar, net voor haar 70ste verjaardag en drie jaar na haar pensioen, werd ze opnieuw geroepen, dit keer door de noodlijdende Gentse CD&V. Van Hecke moet de afdeling, die al jaren op zoek is naar een sterk figuur, op sleeptouw nemen richting gemeenteraadsverkiezingen. “Ik ben niet jong. Maar ik kom wel nieuw binnen.”

In de living van Mieke Van Hecke, zes hoog met een machtig uitzicht over heel Gent, staan op de vensterbank de oorkondes die haar carrière bekronen. Ze is ereburger van Lochristi en ze kreeg het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap. Maar het meest prestigieuze brevet is volgens haar toch dat van paus Franciscus himself. “Een cadeautje van de bisschoppen toen ik afzwaaide als hoofd van het Katholiek Onderwijs.” Een neef van haar heeft het eens opgezocht: Commandeurs in de Silvesterorde, waartoe zij sindsdien behoort, genieten het privilege om te paard de Sint-Pietersbasiliek in Rome binnen te rijden. Van Hecke heeft het nog niet geprobeerd, zegt ze lachend. “Ik wil het dat paard niet aandoen.”

De citytrips waarvoor ze na haar pensioen wat meer tijd dacht te hebben, staan sowieso op een laag pitje sinds de Gentse CD&V haar dit voorjaar vroeg om lijsttrekker te worden. Sarah Claerhout, de lijsttrekster die de vernieuwing moest inluiden, had er plots de brui aan gegeven. Haar vertrek was gehuld in mist. Ook vandaag kan Van Hecke daar niets over zeggen. “Ik was er niet bij. Maar het hernieuwde enthousiasme binnen de afdeling, waar Sarah mee voor gezorgd had, had wel een deuk gekregen.”

Hield u er na haar vertrek rekening mee dat ze u zouden bellen?

“Niet als lijsttrekker. Nadat we in 2014 naar Gent waren verhuisd, had ik wel laten weten dat ze me wisten te vinden wanneer ze me nodig hadden om de lijst te ondersteunen. Tot op vandaag word ik herkend in de Veldstraat. Iemand met een zekere bekendheid is niet onbelangrijk om stemmen te halen. Maar het lijsttrekkerschap stond niet in mijn carrièreplanning.”

U heeft wel ‘ja’ gezegd.

“Volmondig, maar wel met de toevoeging dat ze goed moesten nadenken over de mogelijke reacties: Is dat nu de verjonging bij CD&V? Of: Is de wanhoop zo groot dat men bij haar uitkomt? Die negatieve reacties zijn minder talrijk geweest dan ik gedacht had. Misschien omdat er toch een verschil is tussen oud worden in een functie en op een bepaalde leeftijd nog een functie ambiëren? Van mij kunnen ze niet zeggen: Het was voor haar de verkiezing te veel. Ik ben niet jong, maar ik kom wel nieuw binnen in de Gentse politiek.”

Hoe komt het dat de Gentse CD&V nu al decennialang wanhopig op zoek is naar een sterk figuur?

“Er zijn in het verleden sterke figuren geweest die Gent de rug hebben toegekeerd. Het is geen geheim dat er heel wat verdeeldheid was binnen de partij. Zelfs mensen van andere partijen kwamen mij zeggen dat CD&V-leden uit dezelfde fractie elkaar afmaakten tijdens de gemeenteraad. Dan ben je geen aantrekkelijke partij voor mensen die graag verantwoordelijkheid willen dragen.”

U was al twintig jaar actief in de lokale politiek, maar dan in Lochristi. Is uw band met de Gentse politiek sterk genoeg om hier een geloofwaardige lijsttrekker te zijn?

“Ik kende uiteraard de Gentse sterkhouders in de partij. En in de belangrijke dossiers, waarvan ik de details en de ontstaansgeschiedenis niet had gevolgd, ben ik me volop aan het inwerken. Anderzijds zit het grote publiek niet te wachten op pakweg de kleine lettertjes uit een samenwerkingscontract van de haven van Gent. In de debatten die ik al meegemaakt heb, ging het over andere dingen: hoe gaan we verbondenheid creëren en inspraak organiseren? Of hoe gaan we om met veiligheid?”

Waar moet CD&V volgens u op inzetten in de lokale campagne?

“Het valt me op dat steeds meer andere partijen naar buiten komen met ‘verbondenheid’. De laatste twee speeches van Groen-voorzitster Meyrem Almaci bijvoorbeeld, gingen over verbondenheid en respect. Verbondenheid is zoveel als het Wij-verhaal waarmee onze voorzitter Wouter Beke al eerder uitpakte. En ‘Respect’ was een aantal verkiezingen geleden nog onze slogan. Iedereen mag die thema’s overnemen. Maar in tegenstelling tot Groen is dat voor CD&V geen nieuw discours. Menselijkheid, verbondenheid en respect zijn steeds onze uitgangspunten waarop we ons beleid baseren. Verbondenheid is bijvoorbeeld ons vertrekpunt om veiligheid te creëren. Natuurlijk zijn er ook snelle interventieteams nodig om te kunnen optreden wanneer dat nodig is. Maar het subjectieve onveiligheidsgevoel neem je niet weg met meer blauw en militairen op straat.”

Is er enkel een subjectief onveiligheidsgevoel?

“De berichtgeving over onveiligheid is zo alomtegenwoordig dat heel veel mensen denken dat het bij hen ook wel onveilig zal zijn. Hoe vaak hoor ik hier in Gent – vooral bij oudere vrouwen – dat ze ’s avonds niet meer naar de cinema durven. Ze zijn bang om de tram te nemen of om alleen in een ondergrondse parkeergarage te gaan. De criminaliteitscijfers dalen. Het onveiligheidsgevoel is subjectief omdat het niet op cijfers is gestoeld.”

En hoe kan verbondenheid daartegen helpen?

“Aan de vrouwen die ’s avonds niet meer alleen de straat op durven, zeg ik: ga samen met een vriendin naar de cinema. Het omgekeerde is dat ze zich opsluiten, verhuizen of vereenzamen. Dat is niet niks.”

U zet ook hard in op de steun voor mensen in kansarmoede. De vraag is alleen of CD&V zich met die strijdpunten voldoende zal kunnen onderscheiden van het rood-groen kartel?

“Ik ben ook niet van plan om mij over alles tegen het stadsbestuur af te zetten. Ik zou liegen als ik zeg dat alles slecht gaat in Gent. Maar er kunnen wel andere accenten gelegd worden. Als ik hoor dat (huidig OCMW-voorzitter en kandidaat-burgemeester, nvdr.) Rudy Coddens (SP.A) meer geld wil voor sociale woningen of meer welzijnswerkers wil om mensen wegwijs te maken in de hulpverlening, dan kan ik daar alleen maar voor applaudisseren. Maar als ze dat echt willen, dan hadden ze er gewoon meer geld voor moeten uittrekken. Die doorgedreven keuzes wil ik wél maken.”

Heeft u de ambitie om zelf nog een bestuursfunctie op te nemen?

“Als je lijsttrekker bent, zou het maar erg zijn om te zeggen dat je géén bestuursfunctie zal opnemen. Ik hoop in de eerste plaats dat CD&V mee kan besturen na de verkiezingen. Dan zullen we wel zien hoe we de functies kunnen verdelen.”
Heeft het voor u meegespeeld dat CD&V momenteel maar vier gemeenteraadsleden heeft? U heeft weinig te verliezen.
“Nochtans hebben veel mensen mij na mijn beslissing gevraagd waarom ik het risico wilde lopen om te mislukken. Als ik er met mijn ervaring niet in slaag om extra zetels te winnen, of als we op evenveel zetels blijven, dan ben ik mislukt. Laat dat duidelijk zijn.”

Op hoeveel zetels mikt u?

“Ik heb wel een aantal zetels in mijn hoofd, maar dat ga ik u niet vertellen. (glimlacht) Ik hoop alleszins om mensen terug naar CD&V te halen die ooit weggelopen zijn. Naar Daniël Termont, bijvoorbeeld.”

Verbaasde het u dat Termont onlangs uithaalde naar Mathias De Clercq (Open VLD), die toch zijn bevoorrechte partner was, en nu zijn voorkeur uitspreekt voor u?

“Ik denkt dat hij zwaar ontgoocheld was door het idee dat Mathias, vanuit zijn ambitie om Gents burgemeester te worden, zou lonken naar N-VA. Dat is de partij die Termont de voorbije jaren het hardst gekwetst heeft. Die uitspraak van Termont was eerder een verzoekschrift tot echtscheiding met De Clercq dan een huwelijksaanzoek aan mij.”

Hoe goed kent u Rudy Coddens?

“Zeer goed. We hebben samengewerkt toen hij schepen van Onderwijs was en ik aan het hoofd stond van het Katholiek Onderwijs. En door mijn engagement in de armoedebeweging ben ik hem de afgelopen jaren ook vaak tegengekomen.”

Klopt het dat jullie overeengekomen zijn om een propere en inhoudelijke campagne te voeren?

“Toen er een tijdje geleden weer veel harde politieke tweets verstuurd waren, hebben we het daarover gehad tijdens een boekvoorstelling. We hebben afgesproken dat we geen persoonlijke aanvallen zullen lanceren. Het is ook onze stijl niet. Ik heb het nog nooit zo gedaan. En ik zal het proberen te vermijden bij iedereen die op onze lijst zal staan.”

Dan moet u de afgelopen dagen met de mond open gekeken hebben naar hoe ze elkaar in Antwerpen naar het leven staan.

“Een verkiezingsstrategie mag niet draaien rond hoe je iemand anders onderuithaalt met slagen onder de gordel. De essentie zijn correcte beleidsvoorstellen. Als er onenigheid is over de stedenbouwkundige regelgeving en hoe die wordt nageleefd, dan moet het in de campagne gaan over hoe er in de toekomst eventueel bijsturing kan gebeuren. Punt.”

Op Twitter gaat het vaak ook hard. Was het dan wel een goed idee om u daar sinds kort op te begeven?

“Men heeft me gezegd dat ik die nieuwe media moet gebruiken. Binnenkort zal ik ook op Facebook een profiel aanmaken. Maar zeg nu zelf: als je niet gedeprimeerd aan de dag wil beginnen, dan doe je die dingen ’s ochtends toch beter niet open? Ik probeer op Twitter vooral dingen onder de aandacht te brengen die aandacht verdienen. De Dag van de Jeugdbeweging bijvoorbeeld, of de Dag van Verzet tegen Extreme Armoede.”

Of een citaat van Martin Luther King, wanneer Daniël Termont zegt dat hij niet opnieuw in de politiek zou stappen mocht hij opnieuw kunnen beginnen.

“Ik was enorm ontgoocheld dat Daniël zoiets zei. Iemand die zoals hij zo veel bereikt heeft in de politiek, had toch beter kunnen zeggen dat er naast mooie periodes ook moeilijke periodes geweest zijn, maar dat het desondanks gelukt is om veel te verwezenlijken? De politiek heeft hem toch de reputatie van een goede burgemeester opgeleverd? Ik heb in mijn carrière ook haatmails gekregen en die raken je altijd. Maar dat weegt niet op tegen al het moois wat je kan realiseren. Ik hoop alleszins dat bekwame jonge mensen toch nog in de politiek willen stappen.”

Welke dingen waarvoor u tijdens uw pensioen meer tijd had, moet u vandaag opnieuw missen?

“Voor mij kan er nooit genoeg muziek zijn. Ik wil daar nog meer van kunnen genieten. En ik hou van alle mogelijke genres. Behalve dissonante jazz. Dat mag je mij niet aandoen.” (lacht)

U houdt ook van snooker?

“Ik vind dat een heel aangename sport om te volgen op televisie. Hoe die topspelers zoals Ronnie O’Sullivan vanuit de chaos op tafel, wanneer nog maar enkele ballen weggespeeld zijn, toch een patroon kunnen vinden en zien dat er een maximumscore inzit. Dat is fan-tas-tisch. Het leuke bij snooker is ook dat niet het potten het belangrijkste is, maar wel dat de witte bal nadien perfect klaarligt om de volgende bal te potten. Ik was nog meer een fan van Stephen Hendry. Hij was cleaner en rationeler. O’Sullivan is veel impulsiever en emotioneler.”

Bent u ook eerder rationeel dan emotioneel?

“Ik kan impulsief zijn, maar ik probeer in de politiek toch altijd aan de volgende stap te denken.”

De kerstperiode komt eraan. Sinds een aantal jaar de vaste prik voor een debat over de kerststal in het straatbeeld. Met Mieke Van Hecke op de barricaden?

“Ik vind het een kwalijke evolutie dat ze weggehaald worden uit de publieke ruimtes waar ze vroeger wel stonden. De kerststal behoort tot onze traditie en onze volksaard. Gaan we binnenkort Sinterklaas afschaffen omdat hij een bisschop is, daardoor verwijst naar religie en religie niet in de openbare ruimte mag? Een boom met pakjes mag er staan, een Kerstman ook. Maar de stal, waar het kerstverhaal begon, moet weg? Waar zijn we dan mee bezig?”

Hier in hartje Gent is toch een grote schapenstal? Zal daar op de ‘Winterfeesten’ een kerststal komen?

“De stadshal? Dat denk ik niet. Daaronder komt een schaatspiste. Ik denk niet dat het de gewoonte is om in het centrum van Gent een kerststal te zetten, tenzij voor de kerk van de Franciscanen. En ik ga ook niet op de barricaden staan om vanaf nu overal kerststallen te zetten.”

Bron: Het Nieuwsblad 2 december 2017

CD&V gebruikt cookies om uw surfervaring op deze website gemakkelijk te maken. Door onze website te bezoeken, gaat u akkoord met deze cookies.